nl | fr | en | du | it | sp 
 
 
Uitleg over biofilm
Uitleg over industrie
Uitleg over bier
Uitleg over watersport
 U bevindt zich hier : algen
 TOESTELLEN :
 
 
 
 
 
Algemeenheden over algen.

Algen zijn ééncellige organismen. We vinden algen zowel in de lucht als onder water terug. Verschillende van die algensoorten beschikken over bladgroen (chlorophyl) waarmee ze kunnen instaan voor hun eigen fotosynthese. Deze algen zijn meestal groen van kleur, hoewel er ook bruine en rode vormen bestaan.

Voor ons zijn er twee grote groepen van algen die van belang zijn. Dit zijn de zweefalgen en de draadalgen. Daarnaast hebben we nog de groep van de Cyanobacteria, die eigenlijk een bacterie is.

Zweefalgen zijn eencelligen die vrij zweven in het water en het een groene schijn geven. Bij grotere concentraties van zweefalgen kan water zodanig troebel worden dat het ondoorzichtig wordt. Dode zweefalgen zetten zich af op de bodem en wanden en veroorzaken een dofgroene aanslag.

Draadalgen zijn net als zweefalgen eencelligen. Doordat ze aaneengeklit voorkomen, zijn ze in staat om uit te groeien tot grote constructies. De verschijningsvormen variëren van korte draadvormige aangroei op obstakels onder de waterspiegel tot gigantische wolken van draden die tot meters lang worden.

Algengroei in water wordt beïnvloed door verschillende factoren:

  • Voedingsstoffen, vooral nitraten en fosfaten in het water kunnen explosieve groei van algen veroorzaken.
  • Licht is een onmisbare factor voor de algensoorten die aan fotosynthese doen. Deze soorten treffen we het meest aan. In donkere omgevingen (wateropslagtanks) groeien ook algen, die meestal tot de biofilm gerekend worden.
  • Temperatuur: vanaf 4°C groeien algen. Hun optimale temperatuur is 25-30°C.
  • Beweging: zweefalgen gedijen het best in stilstaand water. Draadalgen daarentegen kunnen sterke waterbewegingen aan, denk daarbij aan algengroei op watervallen en algen aan boten.

 

 © flexidal | powered by webspice